Hoe worden de resultaten van Taal voor het Leven gemeten?

1. Waar komen de cijfers van de impactmeting vandaan? 

Deze cijfers komen uit het onderzoek 'Eerste tussenevaluatie van impact landelijke implementatie Taal voor het Leven', Maastricht University, 2017. De cijfers over gezondheid (39% voelt zich fysiek gezonder en 53% voelt zich psychisch gezonder) komen uit het eerdere impactonderzoek van Maastricht University, gepubliceerd in 'Slim samenwerken loont: uitbreiden en versnellen', Stichting Lezen & Schrijven, 2015, pagina 65.

2. Wanneer telt iemand mee als cursist voor het programma Taal voor het Leven?

In het programma Taal voor het Leven tellen we hoeveel cursisten we hebben bereikt. Dit zijn cursisten die bij lokale partnerorganisaties werken aan basisvaardigheden, zoals lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden. Iemand telt als cursist:

A.  Als iemand les krijgt van een (taal)vrijwilliger die de training Taal voor het Leven heeft gehad.

De registratie van het aantal cursisten vindt elk kwartaal plaats. In de registratie worden vier elementen bijgehouden:

  • Nieuwe cursisten. Hoeveel cursisten zijn er in dit kwartaal nieuw gestart via het programma Taal voor het Leven.
  • Actieve cursisten. Hoeveel cursisten werken er dit kwartaal actief met de Taal voor het Leven aanpak. Dit is van belang omdat ook deze cursisten allemaal ondersteund worden en dus gebruik maken van vrijwilligers en/of materialen.
  • Geslacht.
  • Leeftijd.

B.  Als een organisatie gebruik maakt van door Taal voor het Leven ontwikkelde lesmaterialen.

Van deze lesmaterialen kan gebruik worden gemaakt als de partnerorganisatie op lokaal niveau participeert om laaggeletterdheid te verminderen en/of voorkomen en er bij de gebruikers voldoende kwaliteit in huis is om het materiaal te gebruiken.

De aantallen cursisten die via een Taal voor het Leven instrument gevonden en aan de slag gaan met hun basisvaardigheden worden apart geregistreerd, zodat we kunnen aangeven hoeveel cursisten via een instrument gevonden worden en aan de slag gaan. Een gedeelte gaat aan het werk met een getrainde Taal voor het Leven vrijwilliger (punt 1) en/of bij een organisatie die werkt met Taal voor het Leven lesmaterialen (punt 2). Zij worden meegenomen in de telling. Dan blijft een beperkte groep over die bijvoorbeeld binnen een bedrijf met een private taalaanbieder aan de slag gaat of anderszins aan zijn  basisvaardighedengaat werken. Deze cursisten tellen niet mee in het totaal aantal bereikte cursisten.

3. Wanneer telt iemand als vrijwilliger mee?

A.  Als iemand een Taal voor het Leven basistraining heeft gevolgd.

Dit kan pas als hij of zij is aangesloten bij een partnerorganisatie. Het kan zijn dat de vrijwilliger op moment van cursus nog geen cursist begeleidt.

B.  Als iemand met voldoende voorkennis (bijvoorbeeld een (oud)docent of zeer ervaren vrijwilliger) verdiepende modules heeft gevolgd of een deel van de basistraining.

De registratie van het aantal vrijwilligers vindt elk kwartaal plaats. In de registratie worden vierelementen bijgehouden:

  • Nieuwe vrijwilligers. Iemand wordt geteld als nieuwe vrijwilliger op het moment dat de basistraining of verdiepende module met succes is afgerond.
  • Actieve vrijwilligers. Iemand wordt geteld als actieve vrijwilliger als hij of zij in dat kwartaal actief één of meerdere cursisten begeleid.
  • Geslacht.
  • Leeftijd.

4. Hoe wordt het aantal partners berekend?

Tot de partners van Stichting Lezen & Schrijven behoren de organisaties die cursisten of vrijwilligers voor het programma Taal voor het leven begeleiden. Daarnaast werken we met veel gemeenten aan de aanpak van laaggeletterdheid. De actieve gemeenten tellen we ook mee als partner. Tenslotte hebben we landelijke kennispartners waar we mee samenwerken. Opgeteld is dit het totale aantal partners. Het overzicht vindt u hier.